-
1. Waarom is elektronica een probleem voor ons milieu?
-
Gif: in mobieltjes, televisies, computers en andere elektronische apparatuur zitten veel giftige stoffen zoals PVC en broomhoudende vlamvertragers. Deze gevaarlijke chemicaliën breken vaak niet - of nauwelijks af. Ze hopen zich daarom op in de natuur en in ons lichaam. Daarnaast hebben ze vaak hormoonverstorende en/of kankerverwekkende eigenschappen. Tijdens het gebruik lekken ze uit de apparaten waardoor we er allemaal aan worden blootgesteld. Maar nog erger is het voor arbeiders in productie- of recyclingfabrieken. Zij staan vaak bloot aan bijzonder hoge doses van de meest gevaarlijke chemicaliën.
Afval: veel elektronica uit Europa wordt gedumpt in arme landen, zoals Ghana en Nigeria. De mensen daar hebben niet de mogelijkheden om het giftige afval op een verantwoorde manier te recyclen. Ze halen het afval vaak met de hand uit elkaar om er waardevolle materialen uit te halen. De rest van het afval wordt verbrand, waarbij er zeer giftige dioxines ontstaan. De recyclingarbeiders, waaronder veel kinderen, staan daardoor dag in dag uit bloot aan een gevaarlijke mix van gifstoffen.
Energie: niet alleen het gif in elektronica zorgt voor milieuproblemen. De apparaten verbruiken ook veel energie, als ze gemaakt worden én als ze gebruikt worden door consumenten. Ze leveren daarom een grote bijdrage aan klimaatsverandering. Elektronica producenten moeten daarom het energieverbruik tijdens de productie terugdringen en schone energiebronnen gaan gebruiken. Ook moeten ze apparaten maken die veel minder energie verbruiken tijdens de gebruiksfase.
-
2. Hoe kan elektronica groener worden?
-
Fabrikanten van elektronische apparaten hebben de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat hun producten geen schade toebrengen aan ons milieu en onze gezondheid. Dan gaat het om de gehele levensduur van het apparaat; van de productie tot en met de afvalfase. Om dit te bereiken moeten producenten:
-
het gebruik van giftige stoffen een halt toeroepen;
-
ervoor zorgen dat hun producten ingezameld en gerecycled worden in alle landen waar ze die verkopen;
-
minder energie gebruiken tijdens de productie en het gebruik van de apparaten.
-
3. Welke giftige stoffen zitten er dan in elektronica?
-
Elektronische apparaten bevatten veel gevaarlijke chemicaliën en materialen zoals PVC (link), broomhoudende vlamvertragers (link), lood en kwik. Voor de meeste toepassingen van deze schadelijke stoffen zijn al veilige alternatieven beschikbaar.

-
4. Waarom wordt veel elektronica-afval gedumpt in ontwikkelingslanden?
-
In Europa zijn de producenten van elektronica volgens EU-richtlijnen verantwoordelijk voor de inzameling van afgedankte elektronische apparatuur. Maar zij zamelen maar een klein gedeelte van het afval in. Een gedeelte van het afval dat niet wordt ingezameld komt bij het huisvuil terecht. De rest komt in handen van legale én illegale handelaren. De kans is groot dat zij het afval exporteren naar ontwikkelingslanden zoals Ghana, China en India. In die landen zijn de milieuwetten minder streng en de arbeidskosten lager. Daar kunnen de handelaren nog iets aan de apparaten verdienen.
In arme landen zijn er geen mogelijkheden om het giftige elektronica-afval veilig te verwerken. Het wordt daar, vaak door kinderen, met de hand uit elkaar gehaald zonder veiligheidsmaatregelen. Bovendien worden de onbruikbare delen verbrand in de open lucht of gedumpt. Hierdoor worden mens en milieu blootgesteld aan de giftige stoffen uit de apparaten, met enorme vervuiling en gezondheidsproblemen tot gevolg.

-
5. Hoe kan het probleem van giftig elektronica-afval worden opgelost?
-
Greenpeace is van mening dat producenten zelf moeten betalen voor het inzamelen en recyclen van hun eigen afgedankte producten. Als fabrikanten zelf voor de recyclingkosten op moeten draaien worden ze gestimuleerd om deze zo te ontwerpen dat ze geen giftige stoffen meer bevatten beter te recyclen zijn. Als er geen gif meer in zit is het namelijk goedkoper om de apparaten te recyclen, waardoor de producent minder hoeft te betalen.
-
6. Is er dan geen wetgeving die het gebruik van gif in elektronica verbiedt?
-
Op Europees niveau is sinds 2006 de RoHS richtlijn in werking getreden. Het begrip RoHS komt van het Engelse Restriction of Hazardous Substances, oftewel Beperking van Gevaarlijke Stoffen. Het moet het gebruik van zes ernstige giftige stoffen in de elektronische industrie verminderen. Iedere lidstaat van de Europese Unie kan een eigen wet aannemen om deze richtlijn in te voeren. Lood, kwik en chroom vallen onder deze richtlijn. Helaas staan nog niet het giftige PVC en alle vormen van broomhoudende vlamvertragers op de RoHS lijst.
-
7. Levert electronische apparatuur ook risico’s op voor de gezondheid tijdens het gebruik?
-
Giftige stoffen komen niet alleen vrij bij de verwerking van elektronisch afval. Ook tijdens het gebruik van elektronica kunnen giftige stoffen uit apparaten ‘lekken’ en een risico vormen voor de gezondheid van de consument. Onderzoek van Greenpeace heeft aangetoond dat schadelijke stoffen, waaronder broomhoudende vlamvertragers, terug te vinden zijn in ons huisstof. Zie de rapporten Gif in huisstof en A present for life.
-
8. Is er al gifvrije elektronica te koop?
-
Ja, veel elektronicaconcerns hebben al bewezen dat het kan: apparaten ontwerpen die de ergste gifstoffen, PVC en broomhoudende vlamvertragers, niet meer bevatten. Alle mobieltjes van Nokia en Sony Ericsson zijn al vrij van dit gif, en ook Apple heeft die stoffen al uit al zijn apparaten verbannen, hieronder vallen dus ook de iPhone, de Macbook en de iPod. HP verkoopt 4 modellen laptops die nagenoeg vrij zjin van PVC en broom, en ook Acer maakt een aantal laptop modellen die deze stoffen niet meer bevatten.

-
9. Hoe weet ik welke elektronica fabrikanten de groenste producten maken?
-
Sinds 2005 stelt Greenpeace de 'Guide to Greener Electronics' samen. Deze lijst rangschikt producenten van mobiele telefoons, spelcomputers, laptops en pc’s onder andere op hun beleid en gedrag met betrekking tot het uitbannen van schadelijke chemicaliën en het nemen van verantwoordelijkheid voor hun producten als ze zijn afgedankt door consumenten.
