Duurzaam en gezond

Harry Aiking

Vleesconsumptie

Dr. Harry Aiking is biochemicus en dr. Joop de Boer is psycholoog. Beiden zijn verbonden aan het Instituut voor Milieuvraagstukken.

Profiel
1. Moeten we voor het milieu allemaal vegetariër worden?

Nee, dat hoeft niet. Consumenten zullen in de toekomst wel anders moeten gaan eten. Vlees en zuivel zijn belangrijke bronnen van eiwit voor de gemiddelde eter. Wij bevelen aan dat:

•    Men een derde minder eiwit gaat eten, dat is de gemiddelde overconsumptie aan eiwit in Nederland.
•    Men een derde van het geconsumeerde dierlijk eiwit (uit vlees, zuivel en eieren) gaat vervangen door plantaardig eiwit (bijvoorbeeld uit vleesvervangers).
•    Het resterende derde deel uit producten gaat komen van vrij grazende dieren, die zo weinig mogelijk worden bijgevoerd met voedergewassen als maïs.

2. Kost het produceren van vlees veel?

Ja, wat feiten maken dit duidelijk:

•    Om tot 1 kilo vleeseiwit te komen is 3 tot 10 kg plantaardig eiwit nodig. Door het eerst aan dieren te voeren wordt zo 85% van het plantaardig eiwit verspild. En er wordt relatief zelfs nog meer water en landbouwgrond verspild, terwijl water en landbouwgrond juist steeds schaarser worden.
•    Een kilo rundvlees kost namelijk 15.000 liter water en een kilo lamsvlees 10.000 liter. Terwijl voor een kilo graan slechts 400 tot 3000 liter water nodig is.
•    70% van het beschikbare zoetwater, 30% van al het ijsvrije land en 20% van alle energie wordt op dit moment ingezet voor voedselproductie.
•    Tussen 1950 en 2000 verdubbelde de wereldbevolking van 2,7 naar 6 miljard mensen, maar de vleesproductie vervijfvoudigde van 45 naar 233 miljard kilo per jaar. Verwacht wordt dat er in 2050 rond 9 miljard mensen zijn en dat er een vleesproductie zal zijn van rond de 465 miljard kilo per jaar.
•    Ook de Verenigde Naties vinden dat er een onevenredig grote impact is op het milieu door vleesproductie. Naast dat er te veel water en land wordt gebruikt, worden er te veel schadelijke stoffen als ammoniak en CO2 uitgestoten.

3. Wat voor voordelen heeft het overstappen op plantaardige eiwitten?

Overstappen op plantaardige eiwitten komt onder meer het klimaat, het water, de volksgezondheid, het dierenwelzijn en de biodiversiteit ten goede. Biodiversiteit is de verscheidenheid aan natuur. De biodiversiteit neemt af omdat er zoveel graan en soja nodig is voor de productie van vlees. Van de wereldgraanoogst wordt 40% gebruikt als diervoer. Als dat niet meer het geval zou zijn dan zou de vrijgekomen grond gebruikt kunnen worden voor het verbouwen van gewassen waarvan biobrandstof gemaakt kan worden. Van de huidige wereldenergieproductie kan dan 25% van de landbouw komen. En dat zonder aantasting van weidegronden en tropisch regenwoud, waardoor de biodiversiteit minder in gevaar komt.

Overstappen op plantaardige eiwitten zou ook goed zijn voor de volksgezondheid omdat overgewicht en vleesgerelateerde ziekten zouden afnemen. Bij ziektes moet je denken aan bijvoorbeeld de vogelgriep. Door de intensieve veeteelt in zuidoost Azië, met steeds toenemende aantallen pluimvee en varkens, neemt de kans toe op het ontstaan van griepvarianten die voor de mens gevaarlijk zijn.

4. Zijn consumenten wel geïnteresseerd in dierenwelzijn?

Er is veel sympathie voor diervriendelijk gemaakte producten. Consumenten onderschatten echter hoeveel inspanning er nodig is voor het produceren van vlees met bijvoorbeeld het EKO-logo. Daarbij tillen ze te zwaar aan het prijsverschil met gewoon vlees. Vooral consumenten die echt moeite hebben met hoe gewoon vlees wordt geproduceerd kiezen voor scharrelvlees.

5. Zijn consumenten wel betrokken bij het milieu en de invloed van het eten van vlees op het milieu?

Consumenten spreekt dierenwelzijn en hun eigen gezondheid over het algemeen meer aan dan het milieu in bredere zin. Sommige zaken die met de productie van vlees te maken hebben, zoals energieverbruik en afval, staan nog ver van hen af. De problemen met de steeds weer terugkerende dierziekten spreken velen wel weer aan.

6. Geldt die instelling voor alle consumenten?

Niet iedere consument is natuurlijk hetzelfde. In onze onderzoeken onderscheiden we vijf typen eters, te weten: bedachtzame eters, smaakgerichte eters, grote eters, weinig geïnteresseerde eters, en gewoonte-eters. De bedachtzame eters staan het meest open voor informatie over dierenwelzijn en milieu. Eigenlijk zou elk type consument op een andere manier benaderd moeten worden met informatie over voedsel en milieu.

7. Wat zouden supermarkten en bedrijven kunnen doen?

Consumenten hebben nu weinig vertrouwen in de informatieverschaffing over dierenwelzijn en milieu door supermarkten. Wij denken dat het goed zou zijn als internationale en grote bedrijven, zoals Unilever en Albert Heijn, zouden samenwerken met maatschappelijke organisaties die consumenten bewust willen maken van het milieu. Samen zouden zij kunnen komen tot een goed beleid op het gebied van duurzaamheid.

Aanbevolen links

PROFETAS is een multidisciplinair onderzoeksprogramma die zich richt op duurzaam voedsel en duurzaam produceren.
Voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties.
  • Print dit artikel
  • Bookmark and Share