Een zonneboilersysteem bestaat uit een zonnecollector, een pomp, een regelunit met twee (temperatuur) sensoren en een zonneboiler. Verder heeft de zonneboiler een terugloopvat of een expansievat, afhankelijk van het systeem dat u gebruikt. Meer over deze vaten bij vraag 14.
De zonnecollector van een zonneboilersysteem bestaat uit verschillende samengestelde onderdelen. De vlakke plaatcollector heeft een glasplaat en een absorber, een meestal koperen plaat waar koperen leidingen ingelast of gesoldeerd zitten. Het koude water wordt met druk van de pomp door deze leidingen omhoog gebracht, en daarna, verwarmd door de zonnecollector, weer richting zonneboiler gestuurd.
In de zonnecollector zit een sensor die de temperatuur meet. Onder in de zonneboiler zit ook een sensor die de temperatuur meet. Aan de hand van het verschil in temperatuur tussen het water in de zonneboiler en het water in de zonnecollector, bepaalt het systeem of en hoelang de pomp gaat draaien.
Via de warmtewisselaar in de zonneboiler wordt de warmte van de zonnecollector afgegeven aan het water in de boiler. Op deze manier ontstaat een voorraad warm water waar u gebruik van kunt maken op het moment dat het u uitkomt.
Het warme water dat u uit uw kraan krijgt is dus nooit in de collector geweest. Van warmtewisselaar in de zonneboiler naar de zonnecollector en weer terug naar de zonneboiler, is een gesloten circuit. Drukloos bij een leegloopsysteem en onder druk bij een drukgevuld systeem.
